Het stellen van de diagnose kan soms wel eens maanden duren. Soms is het in het begin nog niet goed duidelijk of er inderdaad sprake is van een chronische darm ontsteking. Bij een serieuze verdenking zal de arts meestal een bloedonderzoek en een coloscopie aanvragen en de diagnose vaak al binnen een week bekend.
Vooronderzoek:
Eerst zal de arts met aanvullende vragen proberen een beter beeld krijgen van de klachten. Dat zijn vragen over de aard en de duur van de buikpijn en de diarree, over eventueel gewichtsverlies, afwijkingen rond de anus. Ook wordt meestal gevraagd naar het voorkomen van deze klachten in de omgeving of bij familieleden.
Lichamelijk onderzoek:
Ook al worden er vaak geen afwijkingen gevonden, het lichamelijk onderzoek blijft belangrijk. Het gewicht, de algemene indruk en het onderzoek van ogen, gewrichten, huid en vooral van buik en anus zijn belangrijk voor diagnose en behandeling. Daarnaast wordt gelet op fistels of andere afwijkingen rond de anus.
Laboratoriumonderzoek:
Allereerst wordt het bloed onderzocht. Bloedonderzoek bestaat meestal uit kijken of er sprake is van bloedarmoede (hemoglobinegehalte), van een ontsteking (bloedbezinking) of van een slechte voedingstoestand. Soms wordt gevraagd de ontlasting gedurende enige dagen op te sparen om te onderzoeken of het vetgehalte hierin verhoogd is. Dat kan een teken zijn van een gestoorde vetopname.
Endoscopie:
De endoscopie neemt een steeds belangrijkere rol in bij het onderzoek van mensen met klachten die wijzen op IBD. Met behulp van een flexibele endoscoop, een dunne en soepele slang, kan het inwendige van de dikke darm en een deel van de dunne darm in beeld worden gebracht. Op deze manier kan zichtbaar worden gemaakt of, en waar, er een ontsteking is. Daarbij kunnen met een tangetje kleine weefselstukjes (biopten) worden weggenomen om onder de microscoop te onderzoeken. Voordat een endoscopie plaats kan vinden, moet de darm eerst zo goed mogelijk geleegd worden. Zo kan een optimaal onderzoek van de binnenkant van de darmwand plaatsvinden. Dit leegmaken gebeurt bij een volledige coloscopie meestal de dag voor het onderzoek. De patiënt drinkt dan een laxeervloeistof en mag die dag verder alleen vloeibaar voedsel gebruiken. Vlak voor het onderzoek wordt vaak nog een klysma toegediend. Via de anus wordt hierbij een vloeistof ingebracht om de resterende ontlasting te verwijderen. Bij een "korte coloscopie" is dit vaak het enige wat nodig is.
Echografie:
Echografie wordt soms toegepast bij IBD om te zien of de darmwand verdikt is en of er een ontsteking is buiten de darm. Nadat de huid is ingesmeerd met een ultrageluid geleidende gel, gaat de arts met een apparaatje over de buikwand. Dat apparaatje zendt geluidsgolven uit die weer worden teruggekaatst, vandaar de naam 'echo'. Deze echo wordt opgevangen en omgezet in een beeld op de echograaf.
Zwangerschap:
In het algemeen hebben vrouwen met IBD net zo veel kans op een normale zwangerschap als vrouwen zonder IBD. Het beloop van de ziekte tijdens een zwangerschap is soms beter, soms slechter. maar meestal gelijk aan het beloop zonder zwangerschap. De meeste medicijnen kunnen zonder problemen worden gebruikt. Bij twijfel is het echter aan te raden met uw behandelend arts te overleggen. De begeleiding van de zwangerschap. waarbij vooral zal worden gelet op de groei van het kind, wordt meestal gedaan door een vrouwenarts.
Complicaties:
De meeste mensen met een chronische darmziekte reageren gunstig op behandeling. Helaas is het ook bij Colitis Ulcerosa zo dat complicaties bij de ziekte horen. We praten dan over gewrichtsklachten, problemen met de huid en ogen en afwijkingen van de lever.
Kwaadaardige ontaarding:
Dit is een van de meest voorkomende, maar vaak onuitgesproken angsten van de patiënt. Bij langdurige en uitgebreide ontsteking van de dikke darm is de kans op het ontstaan van darmkanker licht verhoogd. Dit is de reden waarom na ongeveer tien jaar vaak een zogenoemde 'screening coloscopie' wordt uitgevoerd. Dan worden veel weefselstukjes weggenomen voor onderzoek onder de microscoop. Duidelijk is geworden dat de kans op het krijgen van darmkanker bij IBD-patiënten veel kleiner is dan altijd werd aangenomen
|